Educatief

/ Home / Home / Educatief

Educatief

Inleiding

Onderstaand artikel is voor ouders en scholen en iedereen die zich daarin interesseert wat het betekent om onderwijs te volgen als je een visuele beperking hebt.

Vroeger

Vroeger, als je een visuele beperking had, was je aangewezen op speciaal onderwijs. Leerlingen kwamen van over het hele land, gebracht door taxi’s (als je het over Nederland hebt) en zaten daardoor vaak op het internaat van zondagavond tot vrijdagavond. Het speciaal onderwijs van toen werd vooral vorm gegeven vanuit kerkelijke organisaties.

Tegenwoordig is het heel normaal dat je met een visuele beperking gewoon naar regulier onderwijs gaat. Eventueel met ambulante onderwijskundige begeleiding (AOB). Ook al heb je een visuele beperking, je hoort er gewoon bij. Zeker in het basisonderwijs beseffen veel medeleerlingen niet wat een beperking en dat die aanwezig is.

Vroeger zat je in het speciaal onderwijs in klasjes van nog geen 10 leerlingen. Tegenwoordig ga je dus met een visuele beperking naar het reguliere onderwijs, waarbij het heel normaal is dat er klassen zijn van 20 tot meer dan 30 medeleerlingen. Maar ja, hoe kom je dan tot je recht met jouw visuele beperking. Het heeft z’n voor en z’n nadelen.

Arrangement

Net als met werk, biedt de overheid ook handvatten zodat je als leerling met een visuele beperking aan de slag kan. Vroeger heette die maatregel het rugzakje. Dat klinkt nogal negatief, dus dan heet nu een arrangement (van licht tot intensief) en valt binnen het “passend onderwijs”(link). Een arrangement klinkt niet alleen positiever, het dekt ook meer de lading in deze.

AOB

Het is echt raadzaam om een AOB-er erbij te betrekken, als schakel tussen de ouder, het kind en de school. Om zaken inzichtelijk te maken, zaken aan te kunnen vragen en het geheel “werkbaar” te houden. Denk bijvoorbeeld aan de positie in de klas, verstelbare tafel, eventuele hulpmiddelen, maar ook een spiegel kunnen voorhouden naar schoolpersoneel en medeleerlingen.

Het gaat dus niet meer om speciaal onderwijs, maar om regulier onderwijs, wat dus betekent: de leerling hoort erbij en is 1 van de hele klas. Dus de geboden begeleiding moet ook in de klas worden uitgevoerd en niet op andere plekken buiten de klas, want dan krijg je weer “speciaal onderwijs”.

Het contact vanuit school naar AOB, leerling en ouders met betrekking tot issues rondom de visuele beperking wordt doorgaans door de Intern begeleider (IB) danwel mentor (voorgezet onderwijs) verzorgd.

Visus

Het contact met alle betrokkenen is van essentieel belang. Neem bijvoorbeeld in geval van een jong ernstig slechtziend kind. Hij of zij weet niet beter dat wat hij of zij wel en niet ziet. Voor diegene is dat dus “alles”. Terwijl diegene het misschien helemaal niet goed ziet en daardoor van geen kwaad bewust dus fouten maakt. Bij alle betrokken moet dus duidelijk zijn, wat de visus van de leerling is, aanwezigen aandoeningen en wat dat inhoud.

Nauw betrokken schoolpersoneel kan in die zin ook “ervaringscursussen” volgen (gericht en gestructureerd per schooljaar). Doorgaans georganiseerd door instellingen voor blinden en slechtzienden.

Passend Lezen

Het huidige schoolmateriaal is ondanks de participatie en huidige toegankelijkheidsprincipes vaak nog niet toegankelijk. Denk bijvoorbeeld aan lichtblauwe letters op een witte achtergrond. Creatief zijn, is dan echt geboden. Afhankelijk van de beperking en het voor handen zijnde schoolmateriaal kunnen boeken worden uitvergroot via “Passend Lezen”(link). Dit is voor rekening van het “arrangement” en kost in verhouding niet veel.

Neem eens een kijkje op “EduVip”(link). De website voor visueel beperkte leerlingen in het Nederlandse onderwijs.

Jonge leeftijd

Educatie kan al op hele jonge leeftijd beginnen, nog voor de basisschool. Er zijn bijvoorbeeld speciale kleinschalige peutergroepen, verbonden aan instellingen voor blinden en slechtzienden. Waarbij de aandacht ligt bij (zintuiglijke) bewustwording, zelfvertrouwen etc.

Educatie op jonge leeftijd is deels afhankelijk van de mate van de visuele beperking, waarbij bijvoorbeeld motoriek een grote rol kan spelen. Juist die motoriek of andere gebreken in het lichaam, kunnen er ook toe bijdragen dat regulier onderwijs niet haalbaar is en dus de keuze voor speciaal onderwijs gemaakt moet worden.

Maar als regulier onderwijs wel mogelijk is, is het van belang dat er, als de situatie zich daartoe leent, een voorsprongetje gemaakt kan worden, in de thuissituatie, of via professionals op locatie. Zodat de overstap naar het reguliere onderwijs minder groot is.

Modernisering

De modernisering heeft zich ook in het onderwijs flink doorgezet. Vroeger had je het groene schoolbord, met dunne witte “onleesbare” schoolkrijtjes. Toen kwam het digibord en het touchscreen schoolbord. De laatste 2 zijn in de meeste gevallen (afhankelijk van de software op school) goed te koppelen aan bijvoorbeeld een beeldschermloep of een tablet. Dit geeft zoveel extra mogelijkheden als je een visuele beperking hebt en naar school gaat.

Schoolkeuze

Het kan zijn dat een school voor regulier onderwijs moeilijk doet bij de aanname van iemand met een visuele beperking, waarbij onderliggende oude denkbeelden toch nog een rol spelen. Dit is vaak het geval bij schooldirecteuren die zelf al enigszins op leeftijd zijn.

Maar juist het slagen (niet zo zeer diploma, maar weinig problemen “onderweg”) van een leerling met een visuele beperking kan het aanzien en de trots van een school flink doen stijgen. Indien de school toch een afwijzing geeft, is die school zelf verplicht een andere school te zoeken en te vinden (Nederlandse regelgeving).

Beschermd

Als ouders van een kind met een visuele beperking moet je echt even stilstaan bij die schoolkeuze, de visuele beperking en de mogelijkheden. Je kan het kind wel “beschermen” en verbinden aan speciaal onderwijs, omdat er “issues” zijn. Maar de kans is dan wel heel groot dat het kind dan altijd “een geval apart” blijft. Omdat daardoor mogelijk kwaliteiten verloren gaan die er in potentie wel zijn.

Denk bijvoorbeeld aan een Mavo diploma (de Nederlandse situatie), maar in feite had een have of gymnasium mogelijk geweest. En daarnaast je hebt dan wel scholen voor speciaal onderwijs, maar je hebt geen werkgever speciaal voor mensen met een visuele beperking. Bescherming van het kind is goed, maar bescherm het dan met ervaring zoals via een AOB-er.

Spreekbeurt

Het is zeker aan te raden, zodra de leeftijd dat toelaat, dat er klassikaal aandacht wordt besteed aan de visuele beperking. Bijvoorbeeld door een spreekbeurt (link) voor te bereiden en uit te voeren. Maar de AOB-er kan ook een presentatie geven, waarbij bijvoorbeeld “ervaringsbrillen” (afgeplakt) worden gebruikt.

Stage

Als het dan tijd is voor een stage. Ga dan gerust het risico aan (zonder op de tenen te moeten lopen). Zoek een stageplaats en zoek daarbij de randen van de mogelijkheden op qua functie en qua type bedrijf. Juist een stage is er voor om te leren en dus ook weerstand op te bouwen. Als je ergens tegenaanloopt, is dat niet heel erg problematisch. Alle betrokkenen (ook de stageplaats zelf) leert daarvan.

Het moet niet zo zijn, dat het een stageplaats betreft, omdat de omgeving veilig is, het men anders zielig vind etc. Want dat is het latere bedrijfsleven ook niet.

Hoge kwaliteit

Nederland heeft wereldwijd gezien inhoudelijk en als systeem een hele erkende hoge kwaliteit. Daardoor is het ook mogelijk dat als je een visuele beperking hebt, er mogelijkheden liggen, om met een visuele beperking naar het regulier onderwijs te gaan.

Maar als je dan een land neemt als Canada dat in vele opzichten een voorbeeldland in de wereld is… Daar kent men geen speciaal onderwijs voor mensen met een beperking, al ruim 30 jaar niet meer. En dat gaat goed, om dat mensen elkaar daar accepteren en elkaar helpen, ongeacht wie je bent.

Ouderwets

Europa is Canada niet, maar als je dan toch wilt participeren, neem dan een land als Canada als voorbeeld. Het is niet gezegd dat daarmee de instellingen (waaraan speciaal onderwijs verbonden is) voor blinden en slechtzienden kunnen opdoeken. Nee, er wordt gevraagd om modernisering en een betere participatie. Dergelijke instellingen blijven dan toch nog vaak te veel in het oude stramien hangen.

Als voorbeeld: Kinderen met een visuele beperking in het regulier onderwijs kunnen deelnemen aan thema activiteiten georganiseerd door scholen/instellingen voor mensen met een visuele beperking, Deze activiteiten worden tijdens of vlak na schooltijd georganiseerd. Vroeger zouden deze leerlingen op het internaat hebben verbleven, dus nu kunnen ze gewoon aanwezig zijn. Nu kan je niet zomaar kinderen weghalen uit hun eigen omgeving, waarbij ze met eigen vriendjes en vriendinnetjes spelen. Daar wordt aan voorbij gegaan.

Een dergelijke activiteit zou dus in het weekend moeten plaatsvinden. Wat dan ook weer als voordeel geeft, dat bijvoorbeeld vriendjes en vriendinnetjes mee kunnen, wat weer positief uitwerkt op de participatie.

Zwemles

Ook zwemles is net als gymles in zekere zin ook educatief. Met het verschil dat gymles minder risico’s met zich meebrengt, los van een blessure op kunnen lopen. Dus bij zwemles moet ook goed worden bekeken, “wat is de impact van de beperking” op het water en de omgeving van het water (zwembad).

Lees meer over zwemles aan kinderen met een visuele beperking.